Posts tonen met het label gevoeligheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gevoeligheid. Alle posts tonen

vrijdag 1 februari 2013

Spijsvertering en hoefgezondheid

In Nederland wordt steeds minder brok gevoerd. Paardeneigenaren beginnen zich te realiseren dat de gezondheid van paard en hoef negatief wordt beïnvloed door voeding die zetmeel en suiker bevat. Om te begrijpen waarom biks, granen en suiker problemen kunnen opleveren is het nodig om naar het spijsverteringsstelsel van het paard te kijken. Wat gebeurt er eigenlijk met het voedsel dat onze paarden eten en hoe kunnen we er voor zorgen dat voedsel geen negatieve invloed heeft op de gezondheid van de hoef?

De spijsvertering van het paard is gemaakt om de hele dag door kleine hoeveelheden vezelrijk voedsel te eten. Het grootste deel van het dieet van het paard moet daarom ruwvoer zijn dat de hele dag door beschikbaar is. Problemen in de spijsvertering kunnen ernstige gevolgen hebben. Niet alleen voor het maagdarmstelsel zelf maar speciaal ook voor de hoeven, die de barometer zijn voor de algehele gezondheid van het paard.

Verschillende manieren van spijsverteren
Er zijn twee manieren waarop dieren hun voedsel verteren. Dieren die herkauwen (koeien, geiten) verteren vezels (cellulose) met behulp van fermentatie door micro-organismen. Alle andere dieren, die niet herkauwen, inclusief de mens, verteren hun voedsel met behulp van enzymen. Het spijsverteringsstelsel van het paard is een combinatie van deze twee methoden. Paarden herkauwen hun voedsel niet en hebben een gedeeltelijk enzymatische spijsvertering. Om het hoofdbestanddeel van hun energie beschikbaar te maken zijn ze afhankelijk van cellulose fermenterende bacteriën.


De anatomie van het spijsverteringsstelsel
Het spijsverteringsstelsel van het paard bestaat grofweg uit twee delen. Het voorste deel bestaat uit de maag en de dunne darm waar enzymatische vertering plaats vindt. Het achterste deel bestaat uit de blinde darm (caecum) en dikke darm waar bacteriële fermentatie plaatsvindt. Om dit artikel niet al te lang en ingewikkeld te maken hieronder een beknopt overzicht van de spijsvertering van het paard...

De spijsvertering van het paard (anatomie)

De spijsvertering
De mond
Het verteren van voedsel begint in de mond. Het paard bijt voedsel af en vervolgens kauwt hij er 70 tot 90x per minuut op. Tijdens het kauwen worden vele liters speeksel aangemaakt.

De maag
De gekauwde vloeibare voedselbrij gaat via de slokdarm naar de relatief kleine maag. De maag produceert maagzuur en heeft hierdoor een hoge zuurgraad (pH 1,5 tot 2). Het voedsel wordt in de maag met maagzuur vermengd en gedeeltelijk afgebroken en opgenomen. Hierna wordt de massa naar de dunne darm overgeheveld. 
De dunne darm
In de maag en dunne darm worden vooral de gemakkelijk verteerbare en oplosbare componenten zoals zetmeel, eiwit en vet verteerd. Met behulp van enzymen worden deze voedingsstoffen omgezet in melkzuren die vervolgens in de bloedbaan worden opgenomen. De zuurgraad van het voedsel wordt in de dunne darm geleidelijk aan geneutraliseerd tot ongeveer pH 7. De voedselbrij wordt hierna naar het achterliggende gedeelte van het spijsverteringskanaal getransporteerd.

De blinde darm
In de blinde darm of caecum (een groot soort zak van ongeveer 1 meter lang en 30 liter inhoud) wordt cellulose afgebroken (gefermenteerd) door bacteriën en omgezet in vetzuren die via de darmwand in de bloedbaan worden opgenomen. Vetzuren kunnen direct als brandstof worden gebruikt of worden opgeslagen in het lichaam voor later gebruik. Behalve energie in de vorm van vetzuren komen bij de fermentatie ook andere stoffen vrij zoals eiwitten, vitamines B en K en gassen en niet onbelangrijk: warmte.

Het paard maakt geen enzymen aan voor de vertering van cellulose. Al het verteringswerk van vezels wordt verricht door microben: triljoenen bacteriën en schimmels en protozoa (meer dan 400 soorten!) zijn constant bezig met het afbreken van moeilijk verteerbaar plantenmateriaal. Het paard is zeer afhankelijk van de samenwerking met de microben. De microben zijn op hun beurt afhankelijk van het paard dat hen een leefomgeving biedt. De micro-organismen kunnen alleen overleven en hun werk doen in een leefomgeving met een neutrale zuurgraad (pH 6,7).

De dikke darm
Na ongeveer 7 uur fermentatie in het caecum komt de brij in de dikke darm terecht. In de dikke darm wordt de bacteriële vertering van de vezels voortgezet. Ook hier worden de vrijgekomen voedingsstoffen via darmwand opgenomen in de bloedbaan. Vervolgens wordt ook het water uit de massa opgenomen.

De endeldarm
In het laatste deel van het darmkanaal, de endeldarm, wordt de laatste hoeveelheid water aan de massa onttrokken en wordt wat over is gebleven tot mestballen gevormd. Die komen er uit bij de anus.
Verstoring van de spijsvertering
Het voorste deel van de spijsvertering werkt met behulp van enzymen. Het achterste gedeelte van de spijsvertering werkt met microben en is alleen geschikt om vezels te verteren. Als andere voedingsstoffen dan vezels in het caecum en de dikke darm terecht komen wordt de leefomgeving van de microben verstoord en sterven ze af.

Als het paard meer suiker en zetmeel eet dan het eerste deel van de spijsvertering in staat is te verwerken zullen onverteerde resten van deze onverteerde voedingsstoffen doordingen tot het achterste deel van het darmsstelsel. Het aantal melkzuur bacteriën in caecum en dikke darm neemt dan toe en hiermee ook de zuurgraad. De microben die verantwoordelijk zijn voor de fermentatie van vezels sterven door de verhoogde zuurgraad af en ook de darmwand wordt aangetast door de lage pH. De dood van de micro-organismen zorgt voor het vrijkomen van gifstoffen. Hoefbevangenheid (inflammatie en afscheuren van de lamellen) is een reactie van het lichaam op deze gifstoffen.

Acuut of chronisch?
We kennen allemaal het bijna spreekwoordelijke voorbeeld van het paard dat in de voerschuur is beland. Hij propte zich vol met vele kilo’s graan en biks en raakte vervolgens acuut hoefbevangen. De suikers en zetmeel in het graan maakten dat de bacteriën in de achterste darmen afstierven. De gifstoffen die hierbij vrij kwamen zorgden voor een acute inflammatie van de lamellen en de hoefwand liet los.

Je denkt: Dat overkomt mij niet, en je hebt gelijk.

In de praktijk zal de invloed van een verstoorde darmflora op de gezondheid van de hoef vaker een sluipend en chronisch proces zijn. Dit is waarschijnlijk één van de grootste redenen waarom zoveel paarden niet zonder hoefijzers kunnen.

Veel paarden die op een ‘normaal’ dieet van paardenvoer en gras gehouden worden zullen in veel gevallen elke dag iets te veel suiker en zetmeel binnenkrijgen. De spijsvertering en darmflora zal chronisch een beetje verstoord zijn en het spijsverteringsstelsel zal een licht verhoogde pH waarde hebben. Veel paarden hebben hierdoor altijd last van een lage dosis gifstoffen in hun systeem. Het gevolg kunnen moeilijk te herkennen vage klachten zijn, maagzweren, gedragsproblemen en gevoeligheid van de hoef.

De hoeven en kroonrand zullen soms warm aanvoelen door lichte inflammatie. Hoeven vertonen regelmatig horizontale randen of, in witte hoeven, roze plekken. De witte lijn is iets opgerekt. Er kan sprake zijn van flare. Het probleem is dat we gewend zijn aan het uiterlijk van de hoeven en geen aanleiding hebben om te denken dat er langzaam maar zeker iets mis aan het gaan is. Tot de lamellen zo verzwakt zijn dat op een slechte dag het paard hoefbevangen staat. De situatie lijkt dan acuut terwijl het onderliggende probleem al jarenlang chronisch aanwezig was.

Langzaam maar zeker wordt de niet-acute invloed van voeding op de hoeven meer herkend. Verschillende benamingen doen de ronde: LGL (Low Grade Laminitis) SCL (Sub Clinical Laminitis). 

Voeding en hoeven in de praktijk
Is je paard gevoelig op harde ondergrond? Is je paard gevoelig na een redelijk korte bekapping? De oorzaak is veelal de hoeveelheid suikers en zetmeel in de voeding. Steeds meer mensen voeren steeds minder (graan-) brok en meer ruwvoer (inclusief lucerne en bietenpulp). 

Blijf niet hangen in het idee dat je paard biks en muesli zo lekker vindt of dat hij niet zonder kan. Paarden die mager worden zonder krachtvoer hebben (nog) niet de juiste darmflora om cellulose effectief om te zetten in vetzuren. Dit probleem is veroorzaakt door krachtvoer, en dus geen oplossing! Er zit meer dan genoeg energie in ruwvoer als je paard het er uit weet te halen. Door de tijd te nemen om de microben in het paard zich te laten aanpassen en eventueel probiotica te geven kan vrijwel ieder paard op een ruwvoer dieet prima op gewicht blijven en presteren.

Verander het dieet van je paard geleidelijk. Micro-organismen in de darmen hebben tijd nodig zich aan te passen aan ander voer.

Ook gras en hooi kunnen te veel suiker bevatten om de spijsvertering optimaal te laten werken. Het is dus belangrijk om hooi te laten testen op suiker gehalte en eventueel het grazen te beperken door middel van bijvoorbeeld stripbegrazing of een beperking in aantal uren op de wei. Hou het grazen extra in de gaten op zonnige dagen (Zie de fructaanindex van Hoefnatuurlijk).

De hoeveelheid suikers en zetmeels die een paard aan kan verschilt van paard tot paard. Sommige paarden met gevoelige hoeven verbeteren zichtbaar zodra ze van weidegras overgegaan zijn op hooi. Andere paarden kunnen prima op de wei zonder hoefproblemen te krijgen.

Ook het tempo waarop paarden eten speelt een rol. Sommige paarden zijn zelfregulerend en grazen niet meer dan hun spijsvertering tegelijk aan kan. Anderen zijn echte lekkerbekken of vreetzakken. Na een dag op de wei kun je bij die dieren soms aan de rechterflank het caecum letterlijk zien uitpuilen. Paarden kunnen geirriteerd reageren op aanraking in dit gebied. Voor deze chronische overeters kunnen een graaskorf of slowfeeder een oplossing bieden.

donderdag 27 december 2012

Gevoeligheid na trimmen?

Sommige trimmers streven naar zo veel mogelijk comfort voor paarden en redeneren dat als het paard gevoelig is hij minder zal bewegen en dit zal de genezing hinderen. Anderen gaan te ingrijpend te werk in het streven naar genezing van de voet en maken de paarden voor korte of langere tijd gevoelig of zelfs kreupel.

Moet er gestreefd worden naar optimaal comfort voor (en directe bruikbaarheid van) het paard, of gestreefd worden naar optimale gezondheid ookal kan dit tijdelijk gevoeligheid veroorzaken?

Zachte heelmeesters...

Natuurlijk wil elke paardeneigenaar een paard er zo goed mogelijk bijloopt, geen pijn heeft en nooit kreupel of gevoelig is.

Er zijn (natuurlijke en traditionele) bekappers die claimen dat ze de paarden die zij trimmen nooit gevoelig lopen na hun trim. Ze kiezen voor een ‘less is more’ aanpak en laten een draagrand staan onder de hoefwand en ronden het geheel eventueel af met een mooie mustangrol. Ze laten de hielen een stuk hoger dan het ‘wilde paard model’. Steunsels worden niet bijgewerkt in de hoop dat ze vanzelf af zullen breken of weg zullen slijten.

Helaas heeft deze methode bij problemen of vervormingen van de hoef geen optimale genezing tot gevolg. Met een bekapping die niets verandert kun je geen optimale verbetering verwachten voor bijvoorbeeld verminderde bloedsomloop, contractie van de hiel of een straalbeen dat niet parallel aan de grond staat.

Trimmethodes zoals dit bezorgen ijzervrije trimmethodes een slechte reputatie, omdat de problemen van de hoeven nooit echt opgelost worden. Paarden die behoudend bekapt worden zullen niet vaak compleet uit de 'hoefschoenen-fase' komen en echte barefoot ambassadeurs worden. Ze zullen niet altijd even comfortabel over elke soort terrein kunnen lopen of het goed doen in de sport.

Extreem trimmen
Een andere groep natuurlijk bekappers vermijdt pijn en gevoeligheid bij de behandeling van hoeven juist niet. Vooral de Strasser methode staat hierom bekend. De duitse veearts Hiltrud Strasser ontwikkelde deze methode die nu zo omstreden is dat zelfs mensen die Strasser certificatie hebben heel duidelijk maken dat zij absoluut niets met haar te maken willen hebben.

De Strasser methode werd oorspronkelijk ontwikkeld voor paarden met extreem vervormde en zieke hoeven. De paarden die Strasser oorspronkelijk hielp hadden al heel veel pijn en zouden veelal worden afgemaakt als ze niet in haar kliniek terecht waren gekomen. Het enorm verdunnen en flexibel maken van de hoeven van deze zeer kreupele paarden verminderde vaak de ergste pijn en maakte het voor deze paarden mogelijk betere hoeven te groeien. Tijdens maandenlange revalidatie stonden de paarden op rubber matten in de kliniek en kregen ze speciale verzorging.

Strassers methode werd snel bekend via het internet. Helaas veroorzaakte deze ingrijpende methode kreupelheid bij paarden met relatief kleine problemen. De Strasser methode is een medische ingreep, en de revalidatie ervan moet gedaan worden in een gespecialiseerde kliniek. Het is niet iets dat je zelf thuis moet uitproberen.

Hiltrud Strasser was een pionier op het gebied van het onderzoek naar paardenhoeven. Ze heeft fantastisch werk verricht met haar onderzoek naar de relatie tussen hoefgezondheid, voeding en beweging. De meeste stromingen van natuurlijk bekappen hebben voor een deel de essentie van haar werk overgenomen. Helaas hebben de verhalen over deze extreme vorm van trimmen veel paardeneigenaren ervan weerhouden om ijzervrij te gaan. Trimmethodes die paarden kreupel maken hebben het natuurlijk bekappen een slechte reputatie gegeven.

De waarheid ligt in het midden
Natuurlijke hoefverzorging is geen quick-fix voor alle hoefproblemen. Het is een proces dat een heel paardenleven lang duurt. In sommige periodes gaat de ontwikkeling van hoeven de goede kant op. Onder andere omstandigheden zie je een negatieve verandering ontstaan. Als je oog krijgt voor negatieve veranderingen van de hoef en weet wat de mogelijke oorzaken zijn kun je de hoeven positief beïnvloeden door bijvoorbeeld de manier van bekappen aan te passen, of de voeding of de ondergrond te veranderen. Soms volstaat een behandeling tegen rotstraal om een negatieve tendens te doorbreken.

Heeft je paard grotere hoefproblemen of vervormingen die in de loop van langere tijd ontstaan zijn zal een ‘less is more’ aanpak meestal niet de beste resultaten opleveren. Een LIM trim is meestal wel geschikt voor paarden die al gezonde hoeven hebben. Ideaal is het als de eigenaar van het paard zelf zo'n trim kan doen voor het tussentijdse onderhoud.

Trimstijlen die effectiever zijn om problemen op te lossen zullen niet vaak 100% pijnloos zijn. Een hiel die decontraheert, of een straalbeen dat langzaam terugroteert of weer in de hoefcapsule omhoog geduwd wordt zal in veel gevallen pijn of ongemak geven. Niet alleen in de hoef zelf maar mogelijk ook in pezen, ligamenten, hoger in het been of elders in het paardenlichaam. Door de processen die zich in de hoef afspelen kan het paard dan tijdelijk gevoelig zijn of zelfs kreupel lopen. Het is een onderdeel van het genezingsproces dat weken of maanden kan duren.

Voorbeeld
Je paard heeft flare. De hoefwand zit niet goed verbonden aan de interne voet en de witte lijn is opgerekt. Het paard wordt kort bekapt maar is hierna gevoelig. Twee weken later is de gevoeligheid verdwenen. Je kunt dan concluderen: De trim was niet goed, mijn paard was gevoelig, ik moet de hoeven langer laten. Je kunt ook denken: De hoefwand maakt weer contact met de grond en het is tijd om er weer een millimeter af te vijlen. 

In het eerste geval zal de flare nooit verdwijnen en de hoefwand nooit echt goed verbonden raken met de voet. In het tweede geval zal, mits je doorgaat met het consequent bijvijlen van de mustangrol (en de voeding en lifestyle van het paard in orde zijn), de flare uitgroeien en na enkele maanden de gevoeligheid verdwijnen. Vanaf dat moment zal het paard beter uit de voeten kunnen met die korte hoefwand.

Bijhouden van veranderingen
Elk paard zal verschillend reageren op een bekapping. Het ene paard kan grote veranderingen aan zonder anders te gaan bewegen. Bij een ander paard kan een millimeter langer of korter al een groot verschil uitmaken. Als je zelf je eigen paard bekapt zul je in de loop van de tijd (hopelijk) uitvinden wat wel en niet werkt voor je paard. Als je paard bekapt wordt door een professional is het misschien lastig om uit te leggen dat wat hij een maand geleden gedaan heeft wel of niet werkte en waarom.

Wie je paard ook bekapt, het is goed om de hoeven voor en na bekappingen te fotograferen om in de loop van de tijd te kunnen zien of een bekapping het gewenste effect heeft gehad. Je kunt met je bekapper de foto's bespreken. Je kunt gerichter vragen stellen: In maart had mijn paard een barst in de teen, en nu is het december en hij heeft die barst nog steeds. Wat kunnen we veranderen om hier iets aan te doen?

Wat te doen bij gevoeligheid na trimmen
Stel eerst vast dat je paard niet gevoelig is geworden door verkeerd bekappen. Het is mogelijk dat de trimmer weefsel heeft weggehaald waar hij vanaf moet blijven, zoals bijvoorbeeld de zool. Of hij heeft de hielhoogte in één keer te veel verlaagd. Er zijn bekappers die bij gezonde hoeven een veel te sterke mustangrol aanbrengen. Een paard met een strakke witte lijn kan hierdoor in de problemen raken. Een extreme mustangrol kan zelfs de holheid van de zool verminderen. (Zie plaatje hieronder rechts)

Wat bij hoefbevangenheid positief werkt kan voor gezonde hoeven slecht zijn.
De mustangrol op het rechterplaatje is te extreem!


Stel ook vast dat het paard niet gevoelig is doordat er materiaal niet is weggesneden dat wel weggehaald had moeten worden. Als de hoefwand wordt verkort maar de steunsels niet worden bijgesneden kan dit heel ongemakkelijk zijn voor een paard.

Als je paard gevoelig loopt na een bekapping doordat er een genezingsproces op gang is gekomen is dit vervelend, maar toch positief. Meer doorbloeding door verbeterd hoefmechanisme, decontractie van de hiel, verandering van de positie van het hoefbeen, meer druk op de straal; al dit soort veranderingen zullen niet altijd 100% pijnloos verlopen.

Streef er in elk geval naar paarden nooit zo gevoelig te bekappen dat ze oncomfortabel zijn in de leefomgeving waar ze het grootste deel van de dag staan en rondlopen. Beweging is de sleutel tot succes. Paarden die zelfs in de wei niet meer willen lopen of in de bak niet meer vooruit willen zullen niet goed vooruitgaan en hun gehele gezondheid zal er onder leiden.

Loopt je paard niet goed over harde ondergrond of grind? Vermijd deze bodem in het begin om kneuzingen te voorkomen of gebruik hoefschoenen, maar check af en toe of het beter gaat. Als de kwaliteit van de hoeven toeneemt is het goed om hoeven steeds meer te laten wennen aan hardere en gevarieerde ondergrond. Staat je paard altijd op een 'watten' bodem van zand en zaagsel kun je niet verwachten dat hij moeiteloos over gravel zal draven.

Help mijn hoeven zijn te kort?!
Paarden horen niet op de rand van de hoefwand te lopen. Geef niet toe aan de verleiding om er toch "een randje" onder te laten staan. Het lopen op de 'draagrand' is de oorzaak van veel hoefproblemen, niet de oplossing! De overgang van lopen op de draagrand naar lopen op de zool en straal is in veel opzichten dezelfde overgang als die van beslagen naar onbeslagen. Die overgang verloopt voor de meeste paarden niet pijnloos. Het voorkomen dat de hoefwand te lang wordt (van heel jongs af aan) is heel belangrijk.

Om de hoef zich te laten aanpassen aan het lopen op zool en straal kost tijd, doorzettingsvermogen en een stevig vertrouwen in de natuur. Zorg voor zeer regelmatig bekappen en hou ook de andere sleutels voor hoefgezondheid in de gaten.

Veulenhoeven - 3 maanden oud en al de hoogste tijd voor een trim!